BMI is volgens experts misleidend en achterhaald - wat is het probleem?
In dit artikel:
De Body Mass Index (BMI) wordt al tientallen jaren gebruikt om snel te bepalen of iemand een gezond gewicht heeft. Volgens experts geeft de methode echter regelmatig een misleidend beeld, omdat alleen lengte en gewicht worden meegeteld. Zo kan een vrouw van 1,67 meter en 70 kilo met een BMI van 25,1 officieel overgewicht hebben, terwijl haar lichaamsvetpercentage van 28 procent binnen de normale waarden valt.
De BMI houdt geen rekening met de lichaamssamenstelling. Spieren wegen ongeveer 15 procent meer dan vet, waardoor sporters of gespierde mensen een hoge BMI kunnen hebben zonder ongezond veel vet. Het omgekeerde komt ook voor: mensen die slank lijken, kunnen relatief veel visceraal vet hebben. Dit vet zit rond de organen in de buik en kan ontstekingsreacties veroorzaken, waardoor het risico op diabetes en hart- en vaatziekten toeneemt.
De methode is bovendien gebaseerd op onderzoek uit de negentiende eeuw van de Belgische onderzoeker Lambert Quetelet. Hij beschreef de verhouding tussen lengte en gewicht bij voornamelijk witte mannen als onderdeel van zijn onderzoek naar de ‘gemiddelde mens’. De Amerikaanse arts Ancel Keys introduceerde in 1972 de term BMI en maakte de formule populair als snelle manier om overgewicht vast te stellen, hoewel hij zelf al beperkingen zag.
Onderzoek laat zien dat de BMI vooral bij vrouwen en mensen met verschillende etnische achtergronden tekortschiet. In een Amerikaanse studie uit 2012 bleek bij 39 procent van bijna 9000 volwassenen dat de BMI geen overgewicht aangaf, terwijl scans wel een te hoog lichaamsvetgehalte lieten zien. Dat gold voor 48 procent van de vrouwen en 25 procent van de mannen. Bij mensen van Hindoestaanse afkomst kan ongezond buik- en orgaanvet al bij een lagere BMI ontstaan; bij Singaporezen ligt de grens juist hoger dan de in het Westen gebruikte 25.
Een DEXA-scan kan de verhouding tussen botten, vet en andere weefsels nauwkeuriger meten, maar daarvoor is een ziekenhuisbezoek nodig. Een eenvoudiger alternatief is het meten van de buikomvang. Die maat geeft volgens meerdere onderzoeken een betere indicatie van het risico op vroegtijdig overlijden en hart- en vaatziekten dan de BMI. Ook de verhouding tussen middel en heup kan nuttig zijn.
Sinds 2023 adviseren Nederlandse artsen om naast de BMI de buikomvang te meten. De American Medical Association pleit eveneens voor een bredere beoordeling, waarin onder meer leeftijd, geslacht, etniciteit, familiegeschiedenis en de duur van een hoge BMI worden meegenomen. De BMI blijft voorlopig in gebruik, onder meer omdat richtlijnen en vergoedingsregels voor behandelingen er nog op gebaseerd zijn en bij kinderen niet altijd een praktisch alternatief beschikbaar is.
Vandaag Inside: René van der Gijp zag Nigel de Jong bij presentatie Xavi Hernández: 'Allemaal open deuren!'