Bijzondere fossielen zetten ons beeld van de eerste landdieren op zijn kop

vrijdag, 3 juli 2026 (06:40) - New Scientist NL

In dit artikel:

Paleontologen hebben in uitzonderlijk goed bewaarde fossielen van zo’n 307 tot 309 miljoen jaar oud aanwijzingen gevonden dat de eerste vierpotige gewervelden — de verre voorouders van amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren — niet begonnen als kikkervisachtige larven met uitwendige kieuwen. Het onderzoek, uitgevoerd door Jason Pardo en Arjan Mann van het Field Museum in Chicago op fossielen uit Mazon Creek bij Chicago, werpt daarmee nieuw licht op de evolutie van dieren die van water naar land trokken.

De studie richtte zich vooral op embolomeren, grote roofdieren uit het Carboon die als volwassen dier tot twee meter lang konden worden. Tussen de fossielen zaten ook twee piepjonge exemplaren van slechts twee centimeter lang, zo goed bewaard dat zachte weefsels en zelfs resten van de dooier nog zichtbaar waren. Volgens de onderzoekers hadden deze jongen geen uitwendige kieuwen en droegen ze al kenmerken van een volwassen dier, wat erop wijst dat ze nauwelijks een metamorfose doormaakten.

Daarmee komt het gangbare beeld onder druk te staan dat de vroege tetrapoden zich ontwikkelden via een levensfase die leek op die van moderne kikkers en salamanders. De bevindingen suggereren juist dat geleidelijke groei zonder ingrijpende gedaanteverwisseling mogelijk de norm was bij de eerste landgewervelden. Andere vroege tetrapoden en verwante visgroepen, zoals vroege longvissen en coelacanthen, lieten volgens het onderzoeksteam hetzelfde patroon zien. Expert John Long noemt de studie belangrijk omdat ze een groot gat vult in ons begrip van hoe gewervelde dieren het land koloniseerden.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Rutger Castricum doet er na ophef over grappen over 75-plussers nóg een schepje bovenop