Bijna uitgestorven, toch gered

vrijdag, 6 november 2026 (19:12) - Scientias.nl

In dit artikel:

Diersoorten waarvan nog minder dan vijftig exemplaren in het wild leven, zijn niet per definitie verloren. Dat blijkt uit een studie van onder meer de Zoological Society of London en Monash University, gepubliceerd in Proceedings of the Royal Society B. De onderzoekers analyseerden 141 vogel- en zoogdiersoorten die sinds 1950 zulke kleine populaties bereikten.

Van de 51 soorten die gerichte natuurbescherming kregen, herstelde 61 procent tot minstens honderd dieren. Bij soorten zonder directe hulp lukte dat slechts bij 2 procent. Ook stierven geholpen soorten veel minder vaak uit: 12 procent tegenover 37 procent zonder bescherming. De grootste kans op herstel ontstond wanneer bedreigingen werden weggenomen én de populatie actief werd versterkt, bijvoorbeeld door leefgebieden te herstellen, invasieve dieren te bestrijden en dieren te fokken en uit te zetten. Met die gecombineerde aanpak herstelde naar schatting 74 procent van de bedreigde vogelsoorten en 71 procent van de zoogdieren tot minstens honderd exemplaren.

De Lord Howe-bosral groeide dankzij het verwijderen van verwilderde dieren, fokprogramma’s en later de uitroeiing van ratten van 23 vogels in de jaren zeventig naar 1638 in 2024. Ook de Mauritiustorenvalk herstelde van slechts vier wilde exemplaren. Zeven soorten keerden zelfs terug nadat ze in het wild waren verdwenen.

Herstel kost tijd: gemiddeld duurde het achttien jaar om honderd dieren te bereiken. Toch laten de resultaten zien dat investeren in zeer kleine populaties zinvol kan zijn, al blijven veel soorten ook daarna bescherming nodig hebben.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Johan Derksen kijkt uit naar nieuw SBS6-programma Sing With Me: 'Het lijkt mij héél leuk!'