'Bewustzijn is overal': Dan Brown zet dat idee weer op de kaart. Maar klopt er ook iets van?
In dit artikel:
Dan Brown presenteert in zijn meest recente thriller, het bestverkochte boek in Nederland van 2025, een oud filosofisch idee opnieuw: bewustzijn zou niet ontstaan uit hersenprocessen maar overal in het heelal aanwezig zijn. Die verhaallijn zet panpsychistische opvattingen in de schijnwerpers en brengt een populair debat over de oorsprong van bewustzijn naar een breed publiek.
Wetenschappelijk gezien is er geen consensus die Brown’s uitgangspunt bevestigt. De gangbare neurowetenschappelijke benadering plaatst bewustzijn bij hersenactiviteiten: veranderde hersenfuncties leiden aantoonbaar tot veranderingen in ervaring, en letsel of farmacologie kunnen bewustzijn verminderen of uitschakelen. Tegelijkertijd werken filosofen en sommige onderzoekers aan alternatieve theorieën — zoals panpsychisme (onder anderen verdedigd door filosofen als Philip Goff), de Integrated Information Theory van Giulio Tononi, en controversiële ideeën rondom quantumprocessen (zoals bij Penrose en Hameroff) — die proberen het 'harde probleem' van bewustzijn te tackelen: waarom en hoe subjectieve beleving ontstaat. Kritieken op panpsychisme richten zich vooral op het gebrek aan toetsbare voorspellingen en het zogenaamde combinatieprobleem (hoe microscopische vormen van ervaring samengaan tot rijke menselijke beleving). Andere wetenschappelijke modellen, zoals de Global Workspace- en predictive-processing-theorieën, leggen de nadruk op neurale netwerken en informatieverwerking zonder aan te nemen dat bewustzijn overal inherente eigenschappen van materie zijn.
Fictie zoals Browns roman kan deze filosofische en wetenschappelijke discussies toegankelijk maken en publiek debat aanwakkeren, maar het overstijgt de huidige empirische stand van zaken niet: de vraag hoe bewustzijn precies werkt blijft open en onderwerp van actief onderzoek en filosofische reflectie.