Alzheimer: waarom gisteren als eerste verdwijnt

woensdag, 20 mei 2026 (12:42) - Quest.nl

In dit artikel:

Tante Riet geniet even van een bolletje ijs, maar zal die gebeurtenis morgen alweer vergeten. Haar naam voor oud-echtgenoot Dirk wekt echter meteen herkenning en emotie op. Die tegenstelling — recente gebeurtenissen verdwijnen terwijl oude herinneringen soms lang blijven bestaan — staat centraal in uitleg van neuro‑informaticus en psycholoog Betty Tijms van het Alzheimer Centrum Amsterdam (Amsterdam UMC).

Herinneringen vormen geen vaste archiefkaartjes maar dynamische patronen van activiteit in netwerken van neuronen. Nieuwe ervaringen passeren eerst de hippocampus, een zeepaardvormig structuurje diep in de hersenen, dat als een soort ‘incheckbalie’ bepaalt of iets op lange termijn wordt vastgelegd. Wanneer herinneringen vaak worden opgehaald, beladen met emotie of herhaald, verspreiden ze zich naar de hersenschors en raken ze steviger verankerd. Emotionele verwerking via de amygdala versterkt die opslag; dat verklaart waarom liefdevolle of traumatische gebeurtenissen langer blijven hangen dan alledaagse ervaringen.

Neurowetenschap spreekt van engrams: fysieke veranderingen in synapsen en netwerken. Op microschaal versterken synapsen als neuronen regelmatig samen vuren — vergelijkbaar met het ontstaan van een pad in hoog gras: hoe vaker je de route loopt, hoe duidelijker het spoor. Die plasticiteit van het brein maakt leren en onthouden mogelijk, en biedt tegelijk hoop dat beschadigde netwerken alternatieve paden kunnen vinden.

Alzheimer verstoort die processen geleidelijk. Ophoping van eiwitten — amyloïde buiten de cellen en tau binnenin als zogenaamde plaques en tangles — verstoort celcommunicatie en het transport binnen neuronen. Omdat de ziekte vaak vroeg begint in de hippocampus raakt de vorming van nieuwe herinneringen het eerst aangetast; daarom verdwijnen recente gebeurtenissen zoals het ijsje sneller. Oudere, vaker opgehaalde herinneringen liggen deels buiten de hippocampus en zijn daardoor langer toegankelijk, totdat ook die netwerken uiteindelijk door ziekte veranderen.

Nieuw onderzoek bij muizen suggereert dat ook andere hersendelen, zoals de thalamus, een rol kunnen spelen bij het bepalen welke herinneringen behouden blijven. Tijms waarschuwt voor directe vertaling naar mensen, maar ziet de bevindingen als onderdeel van een groeiend beeld: geheugen is een netwerkfenomeen, geen enkelvoudig systeem. Dat sluit aan bij klassieke casussen (bijvoorbeeld patiënt H.M.) die laten zien dat episodisch geheugen, kennis (semantisch geheugen) en vaardigheden (procedureel geheugen) verschillende hersengebieden gebruiken; zo blijven motorische vaardigheden soms behouden, ook als nieuwe feiten niet meer worden opgeslagen.

Praktisch levert dit inzicht ook aanknopingspunten op: vroege detectie van amyloïde en tau is belangrijk omdat schade vaak al jaren sluimert vóór symptomen; neuroplasticiteit biedt mogelijk manieren om achteruitgang te vertragen; en activiteiten als muziek kunnen bestaande, relatief intacte netwerken aanspreken en emoties oproepen wanneer feiten verdwenen zijn. In het artikel illustreert een liedje hoe muziek bij tante Riet direct een glimlach en beweging oproept, ook al kan ze zich de context of betekenis niet altijd herinneren.

Kortom: geheugen is een verspreid, veranderlijk systeem dat selectief onthoudt op basis van aandacht, emotie en herhaling. Alzheimer tast met name de hippocampus aan en legt zo vooral recente geheugenvorming lam, terwijl oudere herinneringen door hun brede verankering tijdelijk meer weerstand bieden. Onderzoek naar mechanismen, vroegdiagnose en manieren om plasticiteit te benutten blijft cruciaal.