Aanpak Amerikaanse rivierkreeft kan veel beter, zegt deze wetenschapper
In dit artikel:
In Nederland krioelen inmiddels miljoenen rode Amerikaanse rivierkreeften, een invasieve soort die in de jaren tachtig voet aan de grond kreeg en vooral schade veroorzaakt door oevererosie, verdringing van inheemse soorten en troebel water. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft recent besloten de kreeften grootschalig te vangen — een operatie die minstens 7 miljoen euro kost en specifiek gericht is op Zuid‑Hollandse wateren — maar ecoloog Rob Leuven (emeritus, Radboud Universiteit) waarschuwt dat massale vangacties op het landelijke netwerk van sloten en vaarten geen structurele oplossing bieden.
Leuven legt uit waarom: Nederland heeft ongeveer 500.000 km aan met elkaar verbonden waterlopen, waardoor weggevangen dieren via kleine slootjes of over land eenvoudig terug kunnen keren. Bovendien kunnen vangacties onbedoeld populaties stimuleren. Vissers pakken vaak de grootste exemplaren; dat vermindert predatie op jonge kreeftjes en veroorzaakt dat vrouwtjes eerder en jonger gaan voortplanten. Omdat adulte dieren ook kannibaal gedrag vertonen, brengt het weghalen van groten juist een toename van kleine exemplaren teweeg.
De soort profiteerde destijds van de situatie: een rondgaande kreeftenpest en verontreinigd water had veel Europese kreeften uitgedund, terwijl de Amerikaanse kreeft resistent bleek tegen die pest en beter kon omgaan met troebel water. Dat verklaart de snelle kolonisatie.
Als alternatief voor langdurig vangen pleit Leuven voor maatregelen die de omgeving veerkrachtiger maken. Praktische voorbeelden zijn het aanleggen van natuurlijke, minder steile oevers waarop kreeften minder graafschade aanrichten, en het verbeteren van waterkwaliteit. Beter water stimuleert roofvissen en andere natuurlijke vijanden (zoals watervogels en otters), die de exoot reguleren. Vangacties kunnen wel nuttig zijn in afgesloten watersystemen (bijvoorbeeld vennen) of als tijdelijke eerste stap, zeker nu vangtechnieken verbeteren, maar ze moeten deel uitmaken van een bredere aanpak.
De kernboodschap: bestrijding alleen met vangnetten in een aangesloten watersysteem is langdurig en vaak ineffectief; structurele oplossingen komen neer op habitatherstel, waterkwaliteitsverbetering en preventie van verdere verspreiding, zodat inheemse soorten en hun predatoren de controle overnemen.