15 jaar na de laatste shuttlevlucht: NASA's duurste vergissing bleek ook zijn grootste succes

dinsdag, 21 juli 2026 (17:43) - Scientias.nl

In dit artikel:

Vijftien jaar na de laatste landing van Atlantis blikt dit artikel terug op het spaceshuttleprogramma van NASA, dat op 21 juli 2011 eindigde met missie STS-135 op Kennedy Space Center in Florida. De shuttle was bedoeld als herbruikbaar en betaalbaar ruimtevaartuig, maar bleek in de praktijk extreem duur, complex en risicovol. Tussen 1981 en 2011 vlogen vijf orbiters 135 missies en brachten zij 355 astronauten naar de ruimte, maar het programma kreeg zware kritiek door hoge onderhoudskosten, ontwerpcompromissen en veiligheidsproblemen. Vooral de invloed van het Amerikaanse ministerie van Defensie maakte de shuttle zwaarder en onderhoudsintensiever dan NASA oorspronkelijk voor ogen had. Ook speelde de shuttle een militaire rol, onder meer bij geheime lanceringen van spionagesatellieten.

De nalatenschap van het programma werd overschaduwd door de rampen met Challenger in 1986 en Columbia in 2003, waarbij veertien astronauten omkwamen. Tegelijkertijd leverden de shuttles grote wetenschappelijke en operationele successen op: ze waren onmisbaar bij de bouw en bevoorrading van het internationale ruimtestation ISS, maakten onderhoud van de Hubble-ruimtetelescoop mogelijk en vervoerden experimenten in Spacelab, waaronder met de Nederlandse astronaut Wubbo Ockels. De drie gevlogen orbiters en test-orbiter Enterprise staan nu in musea, terwijl onderdelen van de shuttle terugkeren in NASA’s nieuwe raketten voor Artemis. Het programma wordt zo gezien als een technisch hoogtepunt én een dure les over ambitie, compromissen en veiligheid.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Jan Slagter heeft opvallende bijnaam voor Victor Vlam: 'Zo noemen we hem thuis'